| Bruocsella Symphony Orchestra asbl/vzw Concerten op 13 en 19 Maart 2005 |
en | fr | de |
Jean Sibelius (1865-1957)
Symfonie Nr 1 in mi klein, op.39
1. Andante ma non troppo – Allegro energico
2. Andante (ma non troppo lento)
3. Scherzo (Allegro)
4. Finale (Quasi una fantasia)De componist
Jean Sibelius studeerde in Helsinki viool (bij H. Czillag) en compositie (bij M. Wegelius), contrapunt in Berlijn (bij A. Becker) en compositie en instrumentatie in Wenen (bij Robert Fuchs en K. Goldmark). In 1891 keerde hij terug naar Finland, waar hij met zijn op Finse sagen gebaseerde koorsymfonie Kullerwo (1892) de weg baande voor een nationale Finse muziek. Zijn vierdelige cyclus van orkestwerken Lemminkäiinen (1893–1896; herz. 1900 en 1939) vestigde zijn naam als de nationale Finse componist. In 1897 werd hem van staatswege een stipendium toegekend.
Concertreizen voerden hem door geheel Europa, met name naar Groot-Brittannië, waar zijn herhaald optreden als dirigent van eigen werk hem een blijvende populariteit heeft bezorgd. Als componist behoort Sibelius tot de laatromantici (zie romantiek). In zijn vroegste werken veelal inspiratie puttend uit de Scandinavische folklore, ontwikkelde zijn muziek zich na 1900 gaandeweg in een meer absolute richting, waarin een klassiek evenwicht tussen vorm en inhoud wordt nagestreefd. Hoogtepunten in zijn oeuvre, dat zeer uiteenlopende invloeden heeft gekend van o.m. Brahms, Tsjaikovski en Debussy, zijn te vinden in zijn zeven symfonieën, het vioolconcert (1903) en de symfonische gedichten Finlandia (1899) en Tapiola (1926).
Het werk
Sibelius beschouwde zijn Eerste Symfonie uit 1899-1900 als een keerpunt in zijn ontwikkeling. Voordien had hij zich geconcentreerd op de uitwerking van een Finse nationale toon in de muziek.
Met de compositie van de Eerste Symfonie richtte Sibelius zich op de internationale markt. Hij trachtte zijn imago van regionalistisch componist om te buigen tot een volwaardige medespeler in het Europese circuit. Daarvoor moest hij zijn karakteristieke, neo-primitivistische en heroïsche idioom aanpassen aan de formele eisen van de laat-romantische symfonie. De opgave was niet gering. Sibelius componeerde zijn Eerste Symfonie in een cruciale fase in de politieke strijd van Finland. De Eerste Symfonie bevat geen openlijk nationalistisch statement. Toch speelde het werk een symbolische rol in de Finse politieke strijd.
De persoonlijke handtekening van de componist blijkt meteen uit de suggestieve klarinetsolo waarmee de symfonie begint. Ook de brede adem van het thema van het andante is onmiskenbaar Sibelius, evenals de statische pedaalharmoniseringen in het eerste en tweede deel. Het meeslepende scherzo is een persoonlijke verwerking van de ritmisch geconcentreerde scherzi van Bruckner. Een prachtig sonoor effect vormen de beide pizzicato slotakkoorden van het eerste en het laatste deel. Wellicht weerklinkt hierin nog een echo van het mythische harpspel van Väinämöinen, de Finse Orfeus waarmee Sibelius zich in zijn nationalistische periode identificeerde.
Terug
© BSO | Home | English version | Version française | Deutsche Fassung |